Eerst eventjes schoolmeester spelen…
Het tropisch regenwoud Gunung Leuser NP (8000 km²) is de
laatste plaats op aarde waar tijgers, olifanten, orang-oetans, neushoorns en
luipaarden samen leven. De enorme biodiversiteit maakt het NP een van de
belangrijkste beschermde gebieden op aarde.
De bedoeling was om daar een heel klein deeltje van te
bewandelen in het gebergte waar vooral de orang-oetans leven.
In Buket Lawang waar ik logeer was (?) er ooit een
rehabitatieplaats waar men zieke en kleine (wezen) orang-oetans opvangt en
daarna terugplaatst in de natuur.
Men doet daar heel geheimzinnig over hier want deze kan
niet meer bezocht worden door toeristen.
De eigenaar van het guesthouse zei me dat er niet genoeg
financiën zijn om het nog draaiende te houden, heel jammer vind ik dat en
eigenlijk ook een beetje vreemd.
En dan de 2- daagse trekking:
Ik werd al heel vroeg opgeschrikt door lawaai, op het balkon van mijn hutje zaten er een 6- tal kleine aapjes die het leuk vonden om met mijn kleren (die ik daar gelegd had om te drogen) te spelen en deze naar beneden te werpen.
Alléé nog niet vertrokken op jungle tocht en meteen al
wilde dieren gezien … dat beloofde …
Na een stevig ontbijt, rugzak gevuld met de nodige
reservekleren en proviand rond 8 uur vertrokken richting jungle.
De andere trekkers waren een jong koppel uit Hamburg die
voor een jaar een wereldreis maken en een onderwijzer biologie uit Newcastle (Engeland).
Het begon al goed, de gids (Noja) vroeg aan mij “Can I
call you daddy?” … Alléé de toon was gezet …
Het werd meteen duidelijk dat het een zware tocht ging worden, meteen steil omhoog, dat was echt afzien in die helse vochtige warmte, je bent meteen kletsnat.
De eerste 2 uur hebben we buiten de massaal aanwezige
lastige muggen niet een beest gezien.
Het werd ook duidelijk dat ik met 4 “speciale” types aan
het trekken was, het tempo was hoog (te hoog voor mij) en ik moest af en toe
vragen om even halt te houden.
Tijdens die stops werd er vrolijk wiet gerookt, “daddy
don’t like a smoke?”
Net toen ik dacht van “we gaan hier veel geluk moeten hebben om een beest te zien”, gebeurde het … net zoals in een film.
Ik stond oog in oog met een orang-oetan, echt
ongelofelijk, die stond daar opeens voor mij.
Wat gaat er dan door een mens heen … weglopen? Stil
blijven staan?
Neen … foto nemen … hoe stom kan een mens zijn.
Gelukkig had de gids het gezien en hij schoot … met zijn
katapult naar het dier, tot groot jolijt van een andere groep trekkers die voor
ons liepen.
Weet je dat Orang-oetans voor maar liefst 98 % !!! hetzelfde DNA hebben als de
mens?
Ik moet eerlijk zijn, de orang-oetans die wij gespot heb
zijn half wild, ze weten dat er regelmatig mensen door hun territorium lopen en
ze laten dit ook meestal gewoon gebeuren.
Verder zagen we veel apen, een beetje van alle soorten en die maken een hels lawaai als ze mensen horen.
Wel mooi om te zien zoveel apen samen.
Ook wat veelkleurige vogels gezien maar het is heel
moeilijk om deze te spotten in zo’n dichtbegroeide jungle.
Rond 17h, 9 uur na vertrek kwamen we aan in ons kamp waar we de nacht zouden doorbrengen.
Ik moet eerlijk toegeven, ik heb verschillende keer
gedacht dit haal ik echt niet, dit is echt niet een vrolijke wandeling in het
bos.
Daarna gingen de hemelsluizen open, en hoe!
Bliksem donder en regen, regen en nog eens regen.
De gids begon meteen de gaten in het plastiek de dichten
met kleefband.
Zeker 4 uur aan een stuk bleef het maar doorregen, het
riviertje waar we eerder doorgewandeld hadden was een heuse stroom geworden en
ik merkte aan de gids, een jong ventje van een jaar of 24 dat hij er niet 100%
gerust in was.
Hij bleef maar zeggen “ this is rainforest, this is
rainforest”…
Maar gelukkig, rond 22h begon het geleidelijk minder te
regen, we konden gaan slapen op onze comfortabele matten ….
De nacht was zoals je kunt zien op de foto voor ons
westerse mensen een marteling, het was gewoon op de grond slapen, mijn rug was
kapot en ik was zo stijf als een plank.
Na het ontbijt hadden we nog 5 uur wandelen voor de boeg.
En ik heb afgezien … meteen voelde ik dat de benen en
mijn longen niet echt meer mee wilden, ik was meteen buiten adem terwijl de
anderen, inclusief de gids vrolijk doorwandelden.
Ze bleven wel af en toe wachten, maar ik zag dat ze er
verveeld mee waren, telkens als ik terug bij de groep kwam vertrokken ze weer,
op deze manier kregen zij rust maar ik niet.
En ik bleef telkens een flink stuk achter en omdat we door
nog meer begroeiing dan gisteren liepen voelde ik me af en toe echt niet op
mijn gemak.
Tot op een gegeven moment dat ik het beu was, jeweetwel,
den druppel …
Ik zei
aan de gids “you are responsible for the whole group, including me, if I get
lost it is your responsibility, you are the guide”.
Ik denk dat hij een grote bel heeft horen rinkelen want
meteen had hij een en al aandacht voor mij voor de rest van de tocht.
Maar het verhaal blijft hetzelfde ik heb afgezien en ik
durf te zeggen, dit was erger dan mijn 1e marathon die ik gelopen
heb…
Buiten enkele kleine apen heb geen dieren meer gezien of misschien
was ik niet meer in staat om dieren te zien…
(Foto www).
In de namiddag hebben we stroomafwaarts met een soort bandenrafting terug naar Buket lawang gevaren.
En neen, ik ben toch niet de oudste toerist in Buket
Lawang.
Morgen 19/8 is een reisdag, ik neem afscheid van
Sumatra, ik reis in de morgen met het
openbaar vervoer terug naar Medan, de luchthaven om dan ’s avonds de vliegen
naar het eiland Java.
Dus pas reisblogje over 2 dagen.
Dus pas reisblogje over 2 dagen.